Tevergeefs op zoek naar stadsnomaden

AMSTERDAM - Sinds de zomer staan de 'stadsnomaden' in Noord. Een groep mensen die eerst in Oost bivakkeerden, maar die weg moesten en nu zijn neergestreken op het terrein bij de volkstuinen aan de rand van Noord. Ze staan daar tijdelijk - 4 maanden, is de bedoeling - en het stadsdeel is ze liever kwijt dan rijk. Ook voor de burgemeester lijkt het een hoofdpijndossier. Zijn oplossing: ze mogen er staan, maar ze krijgen niets. Geen stroom, geen water, geen verzorging - niets.

Stadsnomaden. Het klinkt alsof het circus er is en we willen het wel eens met eigen ogen zien. Vrijdagochtend gaan we op pad. Dichtbij Amerbos waar je met een beetje geluk ijsvogels kunt zien, wijst een mevrouw met een hond ons de weg. En inderdaad, naast de volkstuintjes staat een groep caravans, afgeschermd door ijzeren hekken. Sommige wagens zijn groot en lijken goed verzorgd,met zonnepanelen en picknicktafels, andere zien er nauwelijks bewoonbaar uit. Er staan wat vuilcontainers bij het hek, het is stil. Bij het kantoor aan de overkant werkt een man in de tuin; hij groet ons vriendelijk. Volgens hem is er nauwelijks overlast, zeker nu ze het kraantje mogen gebruiken bij het sportveld verderop. Daarvoor probeerden ze de buitenkraan van het kantoor te gebruiken, ook al mocht het niet - behalve toen het zo heet was, toen mochten ze drinken van de gemeente; 33 graden was de grens.

Het hek staat op een kier en we gaan voorzichtig het terrein op. Een vrouw staat met haar auto bij de ingang, ze heeft haar zus bezocht, en terwijl we met haar praten komen er een paar bewoners langs. Ze zijn nog wat duf, er was gisteravond een feestje, maar ze willen toch graag met ons praten. Ze maken zich zorgen. Eigenlijk moeten ze binnenkort weg maar waarheen? En zelfs als ze mogen blijven zijn er geen voorzieningen voor de winter: er is geen stroom, het is koud, er is alleen water van de kraan verderop, 'sommige bewoners hebben al een half jaar niet gedoucht'.

De groep op het terrein is divers, vertellen ze: sommigen kiezen hiervoor en hebben werk, velen niet, en er wonen ook enorme onruststokers op het terrein. De bewoners hebben bijna geen geld en moeten zich redden met wat ze kunnen regelen. De persoonlijke verhalen die we horen - waarin mensen verstrikt zijn geraakt in het web van instanties, hoge leges en ingewikkelde procedures - hebben niets te maken met een gekozen bestaan van rondtrekken en vrijheid, integendeel; als we vragen hoeveel bewoners hier morgen een sociale huurwoning zouden accepteren, zeggen ze zonder twijfel: 80 procent.

Het stadsdeel doet haar best om het kamp te reguleren en netjes te houden. Later horen we dat er vaak harde muziek draait, zo hard en luid dat niet alleen de volkstuinbewoners er last van hebben, maar ook andere kampbewoners. Handhaving komt hier dus wel, maar hulpverleners niet. Ongetwijfeld gaat het dan om ingewikkelde dossiers en mensen die het zichzelf en anderen niet makkelijk maken. Maar stadsnomaden? Die hebben we niet kunnen vinden..